Direct naar de inhoud

Wiskundige tekens

Wiskundige tekens zijn symbolen die een bewerking, een verhouding of een getalseigenschap aanduiden. Veel ervan staan niet op het toetsenbord omdat ze uit de wiskundige notatie komen en niet uit het gewone schrift.

37 tekens in deze categorie, geverifieerd tegen codepagina 850, Windows-1252 en Unicode. Zo is dat gecontroleerd.

Klik op een teken om het te kopiëren.

Alle 457 tekens

Gebruik het échte teken

Een veelgemaakte slordigheid is de letter x gebruiken als maalteken, of een gewone 2 waar een kwadraat hoort. In een offerte of een technische tekst valt dat op: 200 × 80 cm leest anders dan 200 x 80 cm, en 85 m² anders dan 85 m2.

Machten en breuken

De superscriptcijfers ¹, ² en ³ zijn losse tekens die altijd goed afdrukken, ook in een bestandsnaam of een e-mailonderwerp waar opmaak niet werkt. Voor hogere machten bestaat geen los teken; dan heb je de superscriptfunctie van je tekstverwerker nodig.

Hetzelfde geldt voor breuken: ¼, ½ en ¾ zijn losse tekens, maar ⅔ bestaat niet in deze tekensets. In tabellen is 0,25 vaak alsnog leesbaarder dan ¼, omdat breuktekens klein afdrukken.

Tekens per soort

Uitleg per teken

Voor deze tekens staat apart beschreven hoe je ze typt, op elk systeem.

Veelgestelde vragen

Hoe typ ik een kwadraat voor m²?

Met Alt + 253 of Alt + 0178. In Word kun je ook 00B2 typen en dan Alt + X indrukken.

Wat is het verschil tussen × en x?

De × is het maalteken, de x is een letter. Ze lijken op elkaar maar hebben een andere breedte en positie. In afmetingen en formules hoort het maalteken.

Werken ≤ en ≥ in Excel?

In een cel met tekst wel. In een formule moet je <= en >= gebruiken; Excel herkent de losse tekens daar niet.

Meer handige tools